Paddenstoelen


Paddenstoelen behoren tot de schimmels of zwammen, de wetenschappelijke naam is fungi. Een paddenstoel is het vruchtlichaam van een zwam of schimmel. Paddenstoelen vormen maar een een klein deel van de schimmel, waarvan het grootste deel zich onder de grond bevindt in de vorm van schimmeldraden.

Alle paddenstoelen ondersteunen het immuunsysteem. Ze bevatten namelijk de vezel bètaglucanen en de fytonutriënten canthaxanthinen en lentinine. 

De geur van paddenstoelen komt van de stof octenol, een alchohol met 8 koolstofatomen. Enzymen maken bij beschadiging deze afweerstof uit meervoudige onverzadigde vetzuren.

De celwanden van paddenstoelen zijn niet versterkt met cellulose, maar met het niet in water oplosbare polysaccharide chitine. 
Chitine is een complex van koolhydraten en aminen, waaruit ook het pantser van insecten en schaaldieren bestaat.